Slakkengedichten

Versjes over slakken

Carnaval

Een slak die zelf z’n huisje droeg
vierde carnaval in de kroeg.
En onder al het feestgedruis
Zong hij: “En we gaan nog niet naar huis.”

Sneller

We willen alsmaar sneller
Carrière, liefde en geluk
We rennen en we piekeren
En lopen steeds weer stuk

Ben je aan het peinzen
Zit je in de put
Troost je dan met het idee
Rennen heeft geen nut

Als je er aan twijfelt
Kijk dan maar naar de slak
Die overleeft het ook al eeuwen
En aan snelheid heeft hij lak.
(Scholto Bos, 2010)

Slakkengang

Zeg ober, ik heb nu een uur lang gewacht
En U hebt mijn schotel nog steeds niet gebracht
Het spijt me meneer, heus het komt er nog wel
Maar U wou toch slakken? Die gaan niet zo snel.
(onbekend)

De slak en de mier

een slak liep door het hoge gras
genietend van hoe mals het was
een troep mieren kwam langs zij
en passeerde in een lange rij
wat een snelheid en een haast
reageerde de slak verbaasd

wij zijn op weg naar een nieuwe stek
zoekend op de juiste plek
onder een biels of onder een steen
daar willen wij nu heen

ik hoef niet heen en ook niet terug
want mijn huis zit op mijn rug
in het verkeer ben ik wat traag
want onderweg vul ik mijn maag
(Helly van de Ruijtenbeek, Gedichten.nl, 2010)

De slakjes

Twee kleine slakjes
hielden van elkaar
ze gingen samen trouwen
toen werden ze een paar
ze hebben snel hun huisjes
op elkaar gezet
nu wonen ze gezellig
samen in een flat
(Marianne Busser & Ron Schröder, Het grote versjesboek, 2006)

Op twee slakken

Twee slakken waren al sinds jaren
op weg van Groningen naar Haren.
Ten slotte kwam geheel ontdaan
de oudste aan het eindpunt aan.
Hij slikte en sprak diep bewogen:
‘Mijn broer is uit de bocht gevlogen.’
(Kees Stip, De peperbek, 1966)

De slak

Dieren kunnen vaak hard lopen
Of springen van hak op tak
Apen, katachtige, zelfs antilopen
Behalve dus de slak

Die lijkt nog slomer dan de luis
Laat staan dat hij kan springen
Maar draagt dan ook zijn eigen huis
Zelfs tot in de hoogste kringen

Toch kunnen zij behoorlijk eten
Dat doen zij wel ontzettend vlug
Jazeker, en ik kan het weten
Want ik wil mijn afrikanen terug

Er zijn ook slakken zonder huis
Die zijn wat excentrieker
En ook al lijkt dat wat onkuis
Die streaker is echt niet kwieker

De slakkengang kent een bezwaar
Want vogels en schoenen samen
Vormen voortdurend een gevaar
En dan is het over, uit, en amen

Toch kan de slak ons heel wat leren
Want zijn onthaasten is een wijze les
Iets wat wij willen negeren
Vandaar dat leven vol van stress
(onbekend)

Eigenwijs

Ik kreeg van O.L. Heer
twee benen om te lopen
maar ik vond het toch verstandig
om een fiets erbij te kopen.

Ik kreeg twee ogen om te zien
de bloesems van de mei,
toch kocht ik er van lieverlee
een fototoestel bij.

Ik kocht ook nog een autootje,
dat gaat van brom brom brom,
daar rij ik mee van hier naar daar
en ook het hoekje om.

Wat gek, de dieren doen dat niet
en daarom krijgt de slak,
die rustig over ’t tuinpad schuift
ook nooit een hart-attack.
(Toon Hermans, Verzamelde Versjes, 1989)

Leven in een slakkengang

Fietsend door het Groningerland
Langs koolzaadvelden urenlang
De zon hoog aan de hemel
Het leven in een slakkengang

En ’s avonds als wij samen zijn
Een culinair cadeau
We praten en genieten
Van rode wijn en escargots
(Scholto Bos, 2010)

De slak en de kersenboom (wijsheid)

Eens werd de meester gevraagd of hij niet teleurgesteld was vanwege het feit dat al zijn moeite zo weinig vrucht voortbracht. Als antwoord vertelde hij het verhaal over een slak die op een koude, stormachtige dag in het voorjaar begon de stam van een heel hoge kersenboom te beklimmen. De spreeuwen, die ernaast zaten, schoten in de lach toen ze zagen wat de slak deed. Een van hen vloog naar de slak toe en kwetterde: ‘Hé dommerik, zie je niet dat er nog helemaal geen kersen in de boom hangen?’ Het kleine diertje onderbrak zijn klimtocht niet en antwoordde: ‘Maar zodra ik boven ben wel.’

Pagina 1 van 212